Feeds:
Berichten
Reacties

Antwoord

Ik zou zo graag eens zeggen

Goed

En het dan menen.

Dat de zon schijnt

Dat het gaat

Op z’n gangetje

Dat het ergste wat kan zijn

Een boete is

Van zesendertig euro

Voor drie kilometer te hard

Dat het vreselijkste mogelijk

Morgen

Maar 10 graden

Met regen en windstoten. 

En de komkommers, onvoorstelbaar,

Wel 129 cent

Per stuk.

Dat ik niet kiezen kan

Of ik naar Londen of Parijs

Op vakantie moet gaan. 

Advertenties

Zie haar gaan

Zie haar gaan

Ze denkt echt he

Dat ze de weg kent

Dat ze zo recht staat

Dat ze het pad bepaalt

En dat ze de dingen haalt

Dat ze maar gaat

En rent

Zo wat verwaand he

Zie haar gaan

Zie haar denken

En dan wenken

Overwegen en 

Afwegen en

Bewegen

Zie haar inschatten

En incasseren

Die moet echt denken

Dat ze het aankan

Dat ze alles aankan

En dan maar door gaat

Alles maar door rolt

Niet rechts

Dan wel linksom

Dat ze 

De ene voet

Voor de ander doet

En dan 

Nog een voet

Nog een voet

Nog een voet

En verder….

Oh wat een trut he

Die schijnheilige kut he

Die denk dat ze beter is

Dan jij en dan ik

Die van geen stoppen weet

Hard is

Je afschrikt

Haar blik

Niet afwend

Zou je vermoeden

Onder al dat gehoedde

Achter de muren

Hoe onder dat koele

Ze zich zou kan voelen

Dat hoe ze zich draagt en beweegt

Hoe ze wikt en ze weegt

Hoe ze denkt en begrijpt

Hoe ze je het niet verwijt

Hoe haar handen creeëren

Haar woorden troosten

Haar armen omvatten

Haar benen dragen

Dat haar  hart zoveel liefde bevat.

Zie haar gaan

Zou je denken

Dat nèt zij die zo koud lijkt

Juist de meeste warmte herbergt?

Het spijt me
De diepe dalen
Het spijt me dat je dan alleen staat
Ik je alléén laat gaan
Ik dus hier blijf met mezelf

Het spijt me
Dat de depressie
Als een zwart gat in mijn buik
Niet alleen míjn vreugde opslokt
Maar ook het jouwe

Het spijt me zo
Dat dat hele wijsje
Zich om de zoveel tijd herhaalt
Dat rockbottom de enige plek is
Die vertrouwt lijkt
Het spijt me meer
Als het dan ook nog voortduurt
Sommige dips worden een kloof
Zó breed, dat ik begin te twijfelen
Of er nog een eind aan zit
En als ik dan niet meer geloof
Dat het de moeite waard is
Dat ik van me houd
Dat jij van me houdt
Dat spijt me het meest

Midwinternacht 2014

Ik schrijf deze post lang na midwinter. Want na de afgelopen tumultueuze weken bleef dat erbij zitten. In september hebben we ons volop kunnen indrinken in de overvloed en dat was maar goed ook! We hadden het nodig!
Onze oudste dochter heeft sinds haar geboorte een leveraandoening. Het zet je leven nog meer op zijn kop dan een nieuwgeboren kindje gewoonlijk al doet, maar mettertijd leer je ermee omgaan, pas je je aan. Je gaat door en ergens went het; de medicatie, de medische voeding, haar uiterlijk, de jeuk, het ’s nachts meerdere keren wakker worden.

En dan voel je dat er toch iets niet klopt. Was dat buikje altijd al zó groot? Haar ogen en huid zó geel? Komt ze wel genoeg aan? Héé, een liesbreuk! Moederinstinct. Intuïtie. Ik wist eind september niet waar ik met mezelf heen moest. Er klópte iets niet. Die liesbreukoperatie liet in mijn lijf alle alarmbellen af gaan. Er wás wat mee. Dus ik vroeg bloedonderzoek aan. En na overleg in het ziekenhuis bleek dat haar leverfuncties achteruit waren gegaan en rap minder werden. De liesbreukoperatie werd afgelast, er werd een sonde aangemeten en ons werd geleerd hiermee om te gaan en een screening voor levertransplantatie werd ingepland. Mensen leven mee en dat is heel fijn, maar ook heb ik veel steun gehad in het me gedragen voelen door de Almoeder. Door het idee te hebben dat ik kon putten uit haar energie.

Levertransplantatie. Heftig. Begin december hadden we het “Groen Licht gesprek”. Vanaf dat moment sta je officieel op de wachtlijst voor een donororgaan. Wat ik me nog kristalhelder herinner is wat ik na het gesprek met de arts dacht: als het maar na Midwinter is. Als het licht terugkomt, het leven terugkeert van zich verschuilen in de grond en ze mee kan op die ontluikende energie. En een vriendin zou zeggen: “pas op met wat je vraagt. Je zou het kunnen krijgen.” 😉

10 dagen stond ze op de wachtlijst, toen we zaterdag 20 december werden gebeld: “kom maar! Er is een donorlever!” Ze stond net 2 dagen weer op ‘groen’; de week ervoor was ze flink ziek geweest, 5 dagen hoge koorts. En nu was er een lever! Met alle uitleg-op-kinderniveau en voorbereidingen voor de controles op de poli in de planning voor in januari, waren we gewoon nú al aan de beurt!! En zo haalde ik voor de verandering eens niet de midzomernacht, maar de midwinternacht door. Testen. Wachten. Foto. Wachten. Gesprek. Wachten. Bloedonderzoek. Wachten. Wachten. Wachten.
En wat doe je ondertussen? Dochter is 5 jaar, bijna 6. We hadden verteld dat de oude lever zo stuk was gegaan dat hij het werk in haar lichaam niet meer goed kon doen. En dat er een nieuwe lever komen moest. Waar die nieuwe lever vandaan komt hebben we haar niet verteld, dat is voor later. Dit was al groots genoeg en een ritueel waardig. Samen, papa, mama en Ariëlle, hebben we tijdens het wachten de oude lever bedankt voor alle gedane inspanningen. Gezegd dat hij goed zijn best heeft gedaan, maar dat hij op was en het tijd was voor de nieuwe lever om het over te nemen. Daarna hebben we de nieuwe lever alvast welkom geheten.

En dan komt daar het verlossende woord.

De lever is een match
De lever is gearriveerd
De lever ziet er goed uit.
De transplantatie gaat door.

En zo werd Ariëlle midden in de Midwinternacht, om even voor 2 uur op 21 december, in de langste nacht van het jaar, naar de OK gereden. 21 december, wanneer het licht terugkomt, het leven terugkeert van zich verschuilen in de grond. En even moest ik denken aan die vriendin. ‘Pas op met wat je vraagt…’ en moest ik glimlachen.

Diepte

Daar ben je dan, dag diepte
Na de vrije val voel ik de vloer
Het dieptepunt, ik kan niet verder
Dag gemoed, was je hier ook?
Ik laat me dragen
Niets meer moeten, want ik kan niet meer
Eindelijk die leegte, op.
Muziek vult mijn hoofd
Klanken mijn gedachten
Tranen mijn ogen
Ze nemen hun plek in
En ruimen op wat er op te ruimen valt

Voorjaar

Het voorjaar hangt om je jeugdige schouders
In je lach hoor ik de lentezon
Ik koester me in het licht dat
Tussen takken door schijnt
Daarop prille bloesems
Lichtgroene blaadjes
Ik kan de vlinders van de zomer voelen
Opgewekt fladderend lichten ze m’n ogen op
Ze laten de wereld intenser kleuren
Een Aards paradijs
Ik krijg zin
In zo’n verboden vrucht

Imbolc 2014

“De Aarde, Ze draagt me, waarheen ik ook ga.
Ze vangt me op, als ik struikel en val.”
(Bron: Yoeke Nagel)

Afgelopen twee weken bracht ik in mezelf door, Imbolc; in de buik.

Misschien vreemd om het op 15 februari nog over Imbolc te hebben. Toch blik ik graag nog even terug op afgelopen weken.
Elke zoveel weken maak ik een soort cyclus door van normale weken en dagen, dagen waarin ik hyper ben en de wereld en omstreken aankan en soms weken, dat ik wegglijd in een soort dip, depressie. Na een poosje rol ik als vanzelf weer uit die dip of hyperperiode. Ondertussen heb ik geleerd dat vechten het alleen maar erger maakt en dat acceptatie van het geheel ervoor zorgt dat ik er het snelst weer uit kom.

Eerlijk gezegd had ik mijn dip half januari al verwacht. Gelukkig bleef deze uit, want mijn agenda stond vol toetsen. Na de tentamenperiode vroeg ik me al af of de dip niet alsnog zou komen en jawel; daar was hij!
Het is een gek gevoel; ik merkte dat ik ernaar uitkeek…. Bijzonder genoeg heb ik ondertussen niet alleen geaccepteerd dat mijn gemoed met ups en downs gaat, maar ‘verheug’ ik me zelfs op een periode waarin ik mezelf terugtrek, de boel de boel moet laten, terug moet keren in mezelf en in een draaikolk van onrust mijn rust vinden moet. Ook al gaat dit gepaard met gevoelens van wanhoop en verdriet, het lijkt nu een ritme te zijn waarvan ik op aan kan, een rustpunt waar ik om de zoveel tijd aan toe ben.

Als ik mijn depressie ‘inglijd’ (zo voelt dat) geef ik me over aan dat gevoel. Ik laat mezelf wiegen in de armen van de Grote Moeder, laat het toe dat de dagen gaan zoals ze gaan en maak er geen gevecht van. De grootste uitdaging in deze periodes is om niet teveel uit te schieten naar de lieve mensen om me heen en waar ik van houd, om zo weinig mogelijk schade toe te brengen aan anderen, als gevolg van mijn gemoed. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer en ik besef me hoeveel geluk ik heb met een begripvolle partner als de mijne.

In een dip komen veel emoties voorbij. Vaak begint het met gevoelens van falen, zaken waarin ik tekort schiet, het niet goed genoeg doe. Ik ben dan boos op mezelf. Rouw om het feit dat deze dips bij mij horen.
Dan, op het diepste punt, voel ik en zie ik duidelijk wat ik belangrijk vind. Waar het leven om draait. Aan vrienden die me ondersteunen heb ik dan het meest. Mensen die niet hun tijd verdoen met me opvrolijken en moed in praten, maar die inzien dat werkelijke acceptatie van wie ik ben en wat ik doormaak mij het meest steunen. Daar voel ik zoveel dankbaarheid voor! Elke keer ga ik deze cyclus van aanvaarding weer door.
Vervolgens, de ommekeer. Als alles ontdaan is van zijn franje en ik duidelijk zie wat belangrijk is, rol ik weer uit mijn depressie en kan ik weer plannen maken die voortkomen uit wat ik in mijn dip ontdekte. Net zoals bij Imbolc-vieringen, richt ik me op het licht, op het lengen der dagen, de hoop die daaruit spreekt. Ik besef me dat ik niet altijd in mijn donkere kant hoef te vertoeven. Dat ik vanzelf weer optimistischer word, net zoals ik erop kan vertrouwen dat na Imbolc de zon elke dag weer langer schijnt en de dagen warmer worden.

Blessed Imbolc!

%d bloggers liken dit: